Onderwijsvernieuwing

Divergent leren en 21st century skills

We leven in een sterk veranderende en dynamische maatschappij. Dat heeft vanzelfsprekend ook invloed op kinderen. De kinderen van nu kun je niet meer vergelijken met vroeger. Dit houdt in dat ons onderwijs moet meegroeien en ontwikkelen. Werken aan het onderwijs van de 21ste eeuw betekent dat we kinderen opvoeden tot kritische, ondernemende en creatieve mensen. Dit vraagt een andere aanpak van de leerkracht. Waar vroeger in het onderwijs sprake was van gestroomlijnde en eenzijdige kennisoverdracht wordt in het moderne onderwijs in toenemende mate een beroep gedaan op de eigen ontwikkeling van kinderen.

Kennisoverdracht blijft belangrijk maar op de Springplank vinden wij dat het niet alleen gaat om kennisoverdracht (kwalificatie). Wij zien de school als een plek tussen thuis en de straat (maatschappij) Hier kunnen kinderen niet alleen kennis opdoen maar juist ook werken aan hun  persoonlijkheid en leren ze socialiseren. In de illustratie hiernaast is goed te zien hoe wij kijken naar onderwijs.
 
We zien de ontwikkeling van een kind als een soort boom die groeit. Een kind komt de school binnen met al opgedane kennis, ervaringen en vaardigheden uit de periode voor de basisschool. Onderin de illustratie is dit zichtbaar in de aarde waarin de boom staat. Als het kind binnenkomt is er eerst contact nodig om te kunnen gaan groeien en vervolgens groeit het kind in de drie verschillende deelgebieden die Gert Biesta (onderwijspedagoog) beschrijft als Kwalificatie, Socialisatie en Persoonsvorming. Onder Kwalificatie verstaan we het eigen maken van kennis en vaardigheden. Socialisatie is het voorbereiden op een leven als lid van een gemeenschap en kennismaken met tradities en praktijken (sociaal, cultureel, politiek) en onder persoonsvorming verstaan we het ontwikkelen van de persoonlijke kenmerken zoals autonomie en verantwoordelijkheid. Om deze visie te kunnen realiseren wordt veel gevraagd van de houding van leerkracht en kinderen. Kinderen worden gestimuleerd om zelf met oplossingen en ideeën te komen. In vaktaal noemen we dit ook wel "divergent leren".
 
Dit vraagt een gespecialiseerde vaardigheid van de leerkracht in het stellen van denkvragen.
De zogenaamde vaardigheden van de 21ste eeuw (21st Century Skills) krijgen in toenemende mate aandacht. We hebben het dan over omgaan en gebruik maken van moderne en digitale hulpmiddelen, maar ook over samenwerkend leren, communiceren, probleemoplossingsvaardigheden, creativiteit en kritisch denken.
De school wordt steeds meer een lerende organisatie.
Kinderen, leerkrachten en ouders leren van en met elkaar. Leren, ontwikkelen en vernieuwen gebeurt individueel én in teamverband.

Divergent leren
Het speerpunt van de onderwijsvernieuwing op De Springplank is het divergent leren. In tegenstelling tot wat veel mensen denken is "divergent leren" geen methode. Het is vooral een houding, een manier van kijken naar de dingen. Het traditionele onderwijs is vooral "convergent": vooraf is bepaald wat de leerstof is en wat je moet kunnen reproduceren. Daarvoor krijg je dan een  beoordeling op je rapport. Op zich is daarmee niets mis en er zal altijd leerstof zijn die op deze manier wordt aangeboden. Bij het divergent leren gaat het er niet om dat de inhoud van de leerstof anders is, maar vooral dat je er anders mee omgaat. Kinderen leren bijvoorbeeld om kritisch te kijken naar waarheden, vraagstukken en meningen van anderen. In plaats van klakkeloos alles aan te nemen voeden we kinderen op om zelf goed na te denken, zelf keuzes te maken en eigen oplossingen te bedenken. Divergent leren doet een beroep op creativiteit, denkkracht en op eigen verantwoordelijkheid. Kinderen vinden het prettig om eigen keuzes te mogen maken. Op deze wijze werken wij aan persoonsvorming, socialisatie en kwalificatie.
We beseffen dat we kinderen van lieverlee vertrouwd moeten maken met deze vaardigheden en deze houding. Het is gemakkelijker om precies een methode te volgen maar veel leuker om te variëren, vragen te stellen, kinderen aan het denken te zetten en te zien hoe kinderen meer zichzelf ontwikkelen. Leerkrachten worden meer coaches en begeleiders dan "onderwijzers".

Divergent leren betekent niet "vrijheid, blijheid" en de leerstof en de doelen die gehaald moeten worden blijven zoals ze nu ook zijn. We gaan er alleen anders mee om waar het mogelijk is.
We zeggen dan ook wel: "convergent leren waar het moet en divergent leren waar het kan".
Bij de invoering van het divergent leren werden we begeleid door Prof. Paul Delnooz.
Hij heeft deze "aanpak" ontwikkeld. Onderzoek, waaraan ook De Springplank heeft deelgenomen wijst uit dat kinderen bij het divergent leren meer gemotiveerd zijn. Daarnaast neemt opstandig gedrag af en zijn de leerresultaten beter. Kinderen en leerkrachten vinden het leuk: er komt veel energie vrij.